24 september 2021  – Jongeren die massaal lijden onder stress, lange wachtlijsten voor behandelingen, kosten die de pan uitrijzen. Als je afgaat op de cijfers in de geestelijke gezondheidszorg zou je niet denken dat we in een van de welvarendste landen in de wereld leven. Volgens psychiater en hoogleraar Damiaan Denys ligt de oorzaak deels bij onszelf.  Stan van Pelt sprak met hem voor voxweb.nl , het onafhankelijke magazine van de Radboud Universiteit. 

Psychiater Damiaan Denys is niet bang om een knuppel in het hoenderhok van de geestelijke gezondheidszorg te gooien. Het is prima, zegt hij, als mensen naar een psychotherapeut stappen als ze last hebben van een burn-out, neerslachtigheid, of andere lichte psychische klachten. Maar laat ze die behandeling gewoon zelf betalen. ‘Die keuze is aan hen. Ze kunnen ook een fiets kopen, gaan wandelen, of een groep gelijkgestemden opzoeken.’

Daarmee wil hij deze mentale klachten niet ontkennen, benadrukt hij. Maar dat dit soort therapieën vaak (deels) vergoed worden, is volgens Denys een van de redenen waarom het huidige stelsel van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) onhoudbaar is geworden. ‘Het bedrag dat we uitgeven aan psychische zorg is de afgelopen tien, vijftien jaar verdubbeld. Toch staan er tienduizenden mensen op wachtlijsten en gaat er geen dag voorbij dat er in de media geklaagd wordt over de GGZ. Hoe kán dat?’

In Het tekort van het teveel (Nijgh & Van Ditmar, 2020) tracht de van oorsprong Vlaamse Denys (1965) deze zelfbenoemde ‘paradox van de mentale zorg’, te ontleden. De analyse in het boek is gebaseerd op zijn ervaringen in de Nederlandse GGZ. Sinds 2005 is hij afdelingshoofd van het Psychiatrisch centrum van het AMC Amsterdam, en van 2016 tot 2019 was hij voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Tijdens het interview op zijn werkkamer in het AMC spreekt de hoogleraar gedecideerd en recht voor zijn raap, maar zit er tegelijkertijd ontspannen en rustig bij. Af en toe klinkt oprechte frustratie door in zijn verhaal, wanneer hij zijn stem verheft.

De problemen in de geestelijke gezondheidszorg moet je zien als een driekoppig monster, vertelt hij. Een simpele, eenvoudige manier om die te verslaan – die politici en zorgbestuurders het liefst zien – is er helaas niet. Ja, het afschaffen van vergoedingen voor behandeling van lichte klachten is een van de dingen die moet gebeuren, maar voor een duurzame oplossing is het nodig om je pijlen te richten op alle drie hoofden van het monster tegelijk. Morgen vertelt hij erover in een lezing van Radboud Reflects in De Vereeniging.

Wat zijn die drie koppen?

‘Dat is allereerst de marktwerking in de geestelijke gezondheidszorg. Maar de oorzaak ligt ook in de manier waarop wij als psychiaters zorg verlenen, door de indruk te wekken dat we iemands problemen kunnen oplossen. En ten slotte ligt het probleem ook bij de burger. Doordat die haar mentale ongemakken steeds meer cultiveert neemt de zorgvraag alleen maar toe. Al deze drie elementen zijn met elkaar verweven.’

Om met het laatste te beginnen. De zorgvraag neemt toe?

‘Ja, die is oeverloos geworden. We zijn wereldwijd bijna koploper wat betreft het aantal psychologen en psychiaters, en nog is het niet voldoende om aan de vraag te voldoen. Dat is op het eerste oog raar, want het aantal mensen met schizofrenie, dwangstoornissen of andere ernstige stoornissen is al decennia behoorlijk constant.’

‘De toename zit vooral in de groep met lichte psychische klachten. Mensen zeggen steeds makkelijker dat ze stress hebben, of een burn-out. Dat komt volgens mij doordat beleving en gevoel steeds meer voorop staan in de maatschappij. Kijk naar de media: die stellen de feiten niet meer centraal, maar hoe mensen iets ervaren. We willen weten hoe het vóelt als je vlakbij de Bataclan was toen die aanslag gepleegd werd. Het lijden wordt gecultiveerd.’

Is dat niet juist goed? Psychische problemen hebben lang in een taboesfeer gezeten.

‘Maar het taboe is niet weg! Dat is een misvatting. In de media wordt nog steeds gesproken over ‘verwarde’ personen. Een idioot concept dat nog stamt uit de negentiende eeuw, dat we als afvalbak gebruiken voor mensen die niet voldoen aan de normaliteit zoals wij die sociaal definiëren. Omdat ze alcoholist zijn, of dement, bijvoorbeeld. We stigmatiseren de echte psychiatrische patiënt en maken er een verward persoon van. En ondertussen pathologiseren en medicaliseren we ons mentale lijden – we koketteren ermee.’

Een kwart van de Nijmeegse studenten noemt zijn gezondheidstoestand slecht. Stellen zij zich aan?

‘Nee, natuurlijk niet. Die mensen voelen zich wel degelijk sociaal geïsoleerd, of bang. De vraag is alleen: is dat abnormaal? Ik denk dat zij juist psychisch lijden omdat in onze huidige hyperindividualistische maatschappij steeds hogere eisen gesteld worden aan mensen. Succes wordt gezien als een keuze, waardoor falen niet meer wordt geaccepteerd. Natuurlijk word je dan depressief.’

Hoe los je dat op?

‘We moeten anders aankijken tegen mentaal lijden. Is er wel sprake van ziekte als je je angstig of neerslachtig voelt? Ik denk dat we lijden moeten zien als een gezónd signaal, een teken dat je verkeerd bezig bent, dat je je levensstijl moet veranderen. Misschien moet je op zoek naar een andere studierichting, of naar mensen bij wie je je prettiger voelt. Maar dat signaal wordt nu genegeerd. Men ziet lijden als een soort technisch defect. Dat moet even gerepareerd worden en daarna kun je weer door.’

Kun je als individu wel problemen oplossen die de maatschappij veroorzaakt?

‘Nee, dat is problematisch. Tot de jaren zestig had je de grote betekenissystemen die richting gaven aan het leven: religies en grote politieke ideologieën zoals het communisme. Natuurlijk waren die systemen dwingend en beklemmend, maar ze gaven het lijden wel zin. Het had transcendentale betekenis. Voor een duurzame oplossing zouden we eigenlijk op zoek moeten naar een nieuw betekenissysteem, iets wat mensen bindt. Corona was er zo een, vooral in de beginfase. Maar er volgen ongetwijfeld nog andere crises – op het gebied van klimaat, economie, of sociaal – die ons dwingen om collectief samen te werken.’

Ondertussen wordt er goed verdiend aan al die mensen met existentiële levensvragen, schrijft u in uw boek.

‘Dat klopt. Dat komt door de gereguleerde marktwerking, die sinds een jaar of vijftien bestaat in Nederland. Dat is de tweede kop van het monster. Behandelingen voor psychisch lijden – zoals burn-out, depressies of existentiële vragen – zijn nu gewoon producten die verkocht worden aan burgers. Binnen dat systeem is het financieel aantrekkelijk om mensen met lichte klachten zoveel mogelijk te behandelen, vergoed door de verzekeraars. Er zijn dan ook allerlei psychologen op gesprongen die hiervoor praktijken oprichtten.’

Wat heeft die marktwerking voor negatieve gevolgen?

‘De belangrijkste is dat mensen met zware klachten – psychoses, bipolaire stoornissen, anorexia – te weinig of te laat behandeling krijgen. Of zelfs een verkeerde diagnose, waardoor ze jarenlang verkeerde therapieën krijgen. In een commercieel model wordt bespaard op de kosten – en dus op kennis. Het gevolg is dat afgestudeerde basispsychologen veelal de diagnoses stellen, omdat de psychiater te duur is.’

‘Een ander gevolg is dat er een gigantisch administratief controlesysteem opgezet is. In zo’n systeem is iedereen ongelukkig: behandelaars zijn meer bezig met papierwerk dan dat ze cliënten zien, ziektekostenverzekeraars voelen zich continu negatief bejegend omdat ze geld zouden oppotten, en patiënten staan op een wachtlijst.’

Wat moet er gebeuren?

‘De marktwerking moet stoppen. Haal de zorg voor ernstige psychiatrische patiënten uit de commercie, en geef de instellingen die hen bedienen een vast budget. Zo werd de GGZ voorheen ook gefinancierd. Daarmee ben je ook in een klap af van een hoop administratieve lasten.’

En de mensen met lichte klachten, zoals existentiële vragen of stress, moeten we die aan hun lot overlaten?

‘Nee, natuurlijk niet. Maar, en dat is de derde kop van het GGZ-monster, we moeten als beroepsgroep erkennen dat we veel psychische klachten helemaal niet kúnnen oplossen, omdat de achterliggende oorzaken sociaal van aard zijn. Dat we dat lastig vinden, komt deels door de marktwerking. Doordat zorg een commercieel product is, verwachten mensen ook dat we hen af van hun probleem kunnen afhelpen. Terwijl we als we eerlijk zijn ook kunnen zeggen: ga in Zwitserland wandelen in de bergen, dat helpt misschien net zo goed.’

Bron: voxweb.nl 

Dit bericht is 477 keer gelezen.

volledige artikel Foto:

Reageer