13 oktober 2021 – Hoe kunnen we binnen de academische wereld de mentale gezondheid van onderzoekers bevorderen, het stigma op mentale gezondheidsproblemen verminderen en de hyperinflatie van prestatie-eisen beteugelen? In een op maandag 11 oktober gelanceerd manifest presenteert de Researcher Mental Health Observatory (ReMo) een reeks aanbevelingen. ReMo is een grootschalig netwerk, gefinancierd vanuit het fondsenprogramma COST van de EU, waarin wetenschappers uit 34 landen zijn vertegenwoordigd. UvA-onderzoeker Stefan Mol is lid van het Management Committee van ReMo en leidt één van de werkgroepen binnen het netwerk.

‘Relatief veel wetenschappers gaan gebukt onder mentale gezondheidsproblemen. Eén van de schattingen stelt dat het gaat het om 32% tot 42% van de wetenschappers, tegenover een gemiddelde van ongeveer 19% in de algemene bevolking’, vertelt Mol, universitair docent Organisatiegedrag en onderzoeksmethoden bij de Amsterdam Business School (ABS). ‘Wetenschappers moeten omgaan met stressvolle werkomstandigheden, mede als gevolg van de enorm grote concurrentie. De arbeidsomstandigheden, gedwongen mobiliteit en het uitblijven van vaste contracten trekken ongetwijfeld hun spoor op de mentale gezondheid van onderzoekers, vooral op die van jonge onderzoekers.

De uitdagingen waarvoor ze komen te staan, worden nog verder vergroot als ze geen onderzoeksfinanciering kunnen vinden en als erkenning van het werk door vakgenoten uitblijft. Een groot probleem is dat we tot op heden heel weinig en vooral fragmentarische wetenschappelijke evidentie hebben voor wat effectieve praktijken zijn om de mentale gezondheid van wetenschappers te bevorderen. Ook is het zeer zeldzaam dat best practices, als die al geïdentificeerd worden, opgeschaald worden – bijvoorbeeld naar andere universiteiten of landen. Dat komt mogelijk mede vanwege het stigma dat, zeker in Zuidoost-Europa, op mentale gezondheid rust. In het ReMO-netwerk brengen we een zeer diverse groep mensen bij elkaar om tot concrete en duurzame oplossingen te kunnen komen.’

De belangrijkste aanbevelingen in het manifest zijn:

  1. Creëer een doorlopende dialoog tussen alle relevante betrokkenen; zorg voor het systematisch en gestructureerd verzamelen van data voor empirisch onderbouwde beleidsvorming; ontsluit state-of-the-art evidentie en tools; zet in op baanzekerheid en erkenning; herzie het academisch beloningssysteem.
  2. Signaleer mentale gezondheidsproblemen; wissel ‘best practices’ van instellingen onderling uit; ontwikkel eerlijke en gepersonaliseerde beoordeling van alle wetenschappelijke prestaties, ook wat betreft onderwijs en andere minder kwantificeerbare bijdragen; besteed aandacht aan mentaal welzijn bij de professionalisering van (jonge) onderzoekers; creëer commitment voor veranderinitiatieven op organisatieniveau.
  3. Steun grassroots-initiatieven; zorg voor peer-to-peer-ondersteuning; kies voor een persoonsgerichte benadering bij trainings- en loopbaanbegeleiding; verzamel anekdotische evidentie.

Om deze ambities te kunnen verwezenlijken gaat ReMo een wereldwijd discussieforum opzetten, een open evidence hub creëren en het researcher well-being ambassador program lanceren. Mol: ‘We zetten in op drie niveaus. De eerste is die van individuele wetenschappers, de tweede betreft de instellingen en de derde beleidsorganisaties, zoals accreditatieorganen, en overheden – zowel nationaal als Europees/internationaal.’ Mol is voorzitter van de werkgroep die zich richt op het niveau van de instellingen en leidt daarnaast een Special Interest Group die zich de komende jaren zal inzetten om een evidence-based Europese benchmark te creëren van de op mentale gezondheid gerichte praktijken van individuele instellingen.

Het netwerk staat open voor iedereen – individuele wetenschappers en instellingen – om zich bij aan te sluiten. Meer informatie hierover is te vinden op de ReMo-website.

Lees het volledige manifest>>

Bron: uva.nl 

Dit bericht is 108 keer gelezen.

volledige artikel Foto: MorgueFile

Reageer